Historie, identiteit en invloed op het baptisme
P. Stijnen MA (2009)
De historie der Mennonieten is nauw verweven met die van het Russische en Oekraxc3xafnse baptisme. Om vervolgingen te ontlopen vestigden deze typische exponenten van de zgn. xe2x80x98doopsgezinde tak van de Reformatiexe2x80x99 zich in de achttiende en negentiende eeuw in de Oekraxc3xafne en andere delen van Rusland. Zij importeerden daarmee het protestantisme en hebben een blijvende invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van het Oostslavische protestantisme in de richting van het baptisme en zijn als duidelijk herkenbare groep een factor van betekenis gebleven.
Historie der Mennonieten
De geschiedenis der Mennonieten is overigens dramatisch verlopen. Het verhaal van het anabaptisme, waaronder het mennonietendom gerekend dient te worden, vangt aan in het zuiden van Duitsland en Zwitserland direct na de Reformatie. In Nederland werden anabaptisten vooral bekend als wederdopers of Mennonieten, zo genoemd naar hun voorman Menno Simonsz. Hoewel anabaptisten zeer vredelievend, sociaalvoelend, spaarzaam, ijverig en sober waren, vormden ze naar het gevoelen van lokale en landelijke gezagsdragers een gevaar voor de sociale en politieke verhoudingen. Het resulteerde in discriminatie en vervolgingen. Als gevolg hiervan kwam in de loop van de zestiende eeuw vanuit Nederland, Zuid Duitsland en Zwitserland een omvangrijke uittocht tot stand in Oostelijke richting. In het destijds zeer verdraagzame Poolse koninkrijk vonden zij ruim twee eeuwen lang een gastvrij onderdak en leverden een substantixc3xable bijdrage aan de economie. Na de inlijving van het noordelijke deel van Polen door Pruisen werden ook doopsgezinde jongemannen voor de dienstplicht opgeroepen, hetgeen in flagrante strijd was met hun pacifistische geloofsovertuiging. Ook andere rechten van Mennonieten werden beperkt.
Ontwikkelingen in de het Russische Rijk boden uitkomst. Op uitnodiging van de Russische keizerin Catharina de Grote, die de Tataren en de Turken uit de Oekraxc3xafne had weten terug te dringen, vestigden zich grote aantallen Mennonieten uit Polen in de Oekraxc3xafne, waar zij een nieuw bestaan opbouwden. Het waren overwegend families van Nederlandse afkomst, die een mengelmoes van Nederlands en Duits spraken: het zgn. Platdietsch. Zij brachten grote delen van de Oekraxc3xafne tot bloei.
In 1874, toen in Rusland de algemene dienstplicht werd ingesteld, leek de toestand te verslechteren. Mennonieten konden zich slechts met veel moeite door het het accepteren van vervangende dienstplicht aan de gewapende dienst onttrekken. Ruim 15.000 doopsgezinden zagen de toekomst somber in en emigreerden naar de verenigde Staten en Canada, of trokken dieper het Russische Rijk in, of vestigden zich zelfs in Siberixc3xab en Kazachstan.
Toen de bolsjewieken in november 1917 de macht grepen verslechterden de omstandigheden van de circa 100.000 Mennonieten drastisch. Zij werden aangeduid als xe2x80x98buitenlandersxe2x80x99 en xe2x80x98parasietenxe2x80x99, hun bezittingen werden onteigend en het identiteitsbepalende Platdietsch werd verboden. Toen de Duitsers de Oekraxc3xafne bezetten in 1918 werd dat door de Mennonieten dan ook warm verwelkomd. Dit zou hen duur komen te staan. Toen de Duitsers zich aan het einde van de Eerste Wereldoorlog terugtrokken uit de Oekraxc3xafne brak voor de achterblijvende als Duitsers beschouwde Mennonieten een tijd van onbeschrijfelijk lijden aan. Tallozen werden verdreven van hun bezittingen, van alles beroofd en massaal afgeslacht. Velen sloegen op de vlucht richting de Krim. Wanneer Mennonieten hun Nederlandse afkomst aannemelijk konden maken, bijvoorbeeld door hun achternaam, werd hun toegestaan te emigreren. Zo vestigden zich in de twintiger jaren zoxe2x80x99n 20.000 Mennonieten in Canada. In 1929, toen er nog ongeveer 80.000 doopsgezinden in de Sovjet Unie leefden, verbood Stalin verdere emigratie. Tijdens de daaropvolgende gedwongen collectivisatie van de landbouw en de daaropvolgende hongersnood en de zuiveringen van de dertiger jaren kwamen nog eens vele duizenden om.
Enige verlichting trad op toen in 1941 de Duitsers de Sovjet Unie binnenvielen. Doopsgezinden werden vanwege hun xe2x80x98Germaansexe2x80x99 afkomst door de Duitsers bevoordeeld en genoten een tijdelijke rust. Met de nederlaag van de Duitsers zou zich deze voorkeursbehandeling wreken. In 1943 trokken velen van hen met de zich terugtrekkende Duitse troepen mee. Slechts xc3xa9xc3xa9n derde deel bereikte West Duitsland, de overigen kwamen onderweg om of werden door de oprukkende sovjets ingehaald en naar Siberixc3xab verbannen, waar ook tallozen omkwamen.
Na 1970 kwamen kregen duizenden sovjetburgers van Duitse (mennonitische) afkomst toestemming zich in de BRD te vestigen. Na de val van het communisme emigreerden nog eens tienduizenden, naar (een te hoge?) schatting 90.000 naar het Westen. Vandaag de dag zouden er nog maar een kleine 5000 Mennonieten in de voormalige Sovjet Unie wonen, voornamelijk in het Aziatische deel. Als religieuze gemeenschap maken zij vanouds deel uit van de groepering der Evangeliechristen Baptisten (ECB) of hebben hun zelfstandigheid bewaard. Desondanks lijken Mennonieten in de voormalige Sovjet Unie nog immer op zoek te zijn naar hun eigenlijke identiteit.
Aansluiting bij de EChB
Op menig Ruslandduits kerkgebouw in de BRD staat als naam van de gemeente aangegeven: Evangelie-Christen-Baptisten-Mennonieten-Brxc3xbcdergemeinde [15]. Is men dan Evangeliechristen, Baptist, of Mennoniet? Ruslandduitse mennonieten zijn de nakomelingen van de van origine Duits-mennonitische immigranten, die rond het eind van de 18e eeuw in het zuiden van Rusland neerstreken in kolonies en waar de eerste opwekkingen ontstonden. In 1860 ontstonden de Mennonieten Brxc3xbcdergemeinden (MBG) als opponenten van de Kirchliche Mennonieten (KM). Exc3xa9n der geschilpunten: doopt men door onderdompeling (MBG) of door besprenkeling (KM)? [16] Er waren geschilpunten tussen Mennonieten en Baptisten inzake de voetwassing, dienstplicht, afleggen van de eed en het huwelijk. Desondanks vonden mennonieten onderdak bij de baptisten (EChB).
J.A. Toews ziet als belangrijkste grond voor het opgaan van MBG in de EChB de xe2x80x98politischen Status der ECBxe2x80x99 [17]. J.B. Toews wijst op de xe2x80x98spirituele zwakte van de mennonieten; zij zouden zijn aangetrokken door de xe2x80x98scattered congregations of the Russian Baptistsxe2x80x99. [18] Ook Sawatsky ziet dit als reden het identiteitsverlies van de M. Evenzo de gebroeders Wxc3xb6lk, die wijzen op de xe2x80x98Verwaisungxe2x80x99 van de MBG tijdens de Stalinistische terreur. [18] De historie der Mennonieten kan niet juist worden verstaan wanneer men hun wederwaardigheden na WO-II buiten beschouwing laat. [19] Athexc3xafstische waarnemers hebben de mennonieten vooral beschouwd als etnoconfessionele gemeenschappen. Het bewustzijn van de eigen mennonitische identiteit verdween vooral door het teloorgaan van het gesloten systeem van de mennonitische kolonixc3xabn.
De verhouding van Mennonieten [20] tot de ECB vormt tot op heden binnen de gemeenschappen van Mennonieten potentixc3xable conflictstof. [21] Veel historici identificeren het Russische baptisme (ECB) met het Duitse baptisme, maar het moet duidelijk gesteld worden dat dit niet correct is. Wel heeft het Onckense baptisme de mennonitische xe2x80x98erwecktexe2x80x99 gemeenschappen sterk bexc3xafnvloed.
xe2x80x98Onckens baptismexe2x80x99
Het zgn. xe2x80x98Onckense baptismexe2x80x99 dat zich na een conflict losgemaakt had van het Amerikaanse, heeft het Russische baptisme een eigen karakter gegeven [22]. De gemeenten in Oost en West gingen een eigen ontwikkelingsgang: In de USA werd het beeld bepaald door de controverse tussen het Calvinisme en Arminianisme. [23] In Rusland bepaalden opwekkingselementen en een methodistisch verstaan van de heiliging het beeld: xe2x80x98Osteuropxc3xa4isch Baptismus in seinem unverkennbar stundistischen Gewand (!). [24] Men moet in deze kwestie bedenken dat het bronnenonderzoek bemoeilijkt wordt door het feit dat officixc3xable documenten door de xe2x80x98censuur van het socialismexe2x80x99 zijn gegaan en derhalve minder betrouwbaar. [24] Vooral moet gewogen worden dat de MBG en het Onckense baptisme geen theologisch en sociaal scherp afgegrensde entiteiten waren en zijn.
Historische betrekkingen
Zowel baptisten als Mennonieten Brxc3xbcder Gemeinden wortelen in de pixc3xabtistische opwekkingen in het zuiden van Rusland [29]. Hoe zijn ze daar terecht gekomen? Een terugblik in de historie leert dat Peter de Grote in het kader van zijn open mind naar het Westen de import van het protestantse gedachtegoed sterk heeft bevorderd. Hij was nauw bevriend met August Hermann Francke, die door literatuur en leraren en pastores het pixc3xabtisme in Rusland heeft doen opwassen. Door de inlijving van de Baltische staten Livland en Estland en immigratie uit het Westen werd het pixc3xabtisme eveneens sterk bevorderd. [29,30] De toenmalige hoofdstad van Rusland, Sint Petersburg, werd xe2x80x98Zentrum evangelischer Frxc3xb6mmigkeitxe2x80x99.
In de loop van de 19e eeuw ontstonden in het zuiden van Rusland in Duitstalige boerenkolonixc3xabn door de activiteiten van E. Wxc3xbcst en J. Bonekemper opwekkingen [Stundisme]. Een bericht van Johannes Schlundt illustreert de nauwe verwantschap tussen stundisten en baptisten:
- De godsdienstoefeningen vertoonden gelijkenis in frequentie, vorm, liederen en de afsluiting met de xe2x80x98heilige kusxe2x80x99.
- Parallelle theologische interesses: eschatologisch bewustzijn, praktische levensheiliging xe2x80x93 waardoor een soort xe2x80x98meetbare vroomheidxe2x80x99 gestalte kreeg.
- Vergelijkbaar pixc3xabtistisch vroomheidtype.
- De plaats van de vrouw in de gemeente, hoofdbedekking voor de gehuwde vrouw.
- De eerste christengemeente als ideaaltype voor de gemeente.
Wat was de rol van het door Oncken bepaalde baptisme bij het tot stand komen van de Mennonieten Brxc3xbcder Gemeinden rond 1860? [32] Heinrich Lxc3xb6wen heeft in zijn dissertatie een tipje van de sluier opgelicht. Hij noemt als belangrijkste bexc3xafnvloedende factoren kontakten in de vorm van briefwisseling, persoonlijke contacten, bezoeken van predikers, en de bijdrage van het Theologisch Seminarie in Hamburg. Wat was het gevolg?
De vroege MBG namen de dooppraktijk (onderdompeling) van de baptisten over. Hetzelfde geldt voor de verschuiving van de praktijk van het open avondmaal naar de gesloten baptistische vorm. De MBG namen evens de baptistische gemeentevorm over. Eveneens namen zij de baptistische (ver)bondsgedachte (Bundesgedankes, covenant) over. In 1872 werd op initiatief van de baptisten een eerste MBG-conferentie belegd naar het model van baptistische organisatiestructuren.
Missionair bewustzijn
Met de beweging naar het baptisme kwam volgens Reimer een eind aan de xe2x80x98missionsarmen Vorgeschichtexe2x80x99 van de Mennonieten. Er ontstond binnen de MBG een pregnante opleving van het missionaire elan. Mennonieten Brxc3xbcder Gemeinden namen in 1874 de hoofdlijnen uit de baptistische confessie aan. In 1902 kwam het tot een eigen confessie, waarin typische mennonitische posities ontbraken en die nauw aan de baptistische belijdenis verwant was. [35] Daarom kan zonder meer geconcludeerd worden dat de MBG xe2x80x98wezenlijk en vaakxe2x80x99 bexc3xafnvloed werden door het baptisme. Tegelijk kan de rol van de MBG in de ontwikkeling van het typisch Russische baptisme kan dus nauwelijks overschat worden.
Als gevolg van de opwekkingen evangeliseerden mennonieten actief onder hun orthodoxe buren. Het eerste bericht in de seculiere pers over proselitisme en van een doop van Russen verscheen in 1862. [36] De doop van de Oekraxc3xafnse Efim Zymbal in 1869 door de Mennonitische prediker A. Unger, markeert de overgang van het stundisme (waaronder men de MBG moet rekenen) naar de baptistische dooppraktijk. In 1882 vond een conferentie plaats op initiatief van de mennonieten J. Wieler en P.M. Friesen. Ook baptisten werden uitgenodigd, zodat het een Konferenz der MBG xe2x80x98unter Teilnahme russischer Baptistenxe2x80x99 werd. xe2x80x98Eine Missionskomitee wurde gebildet und Evangelisten berufen xe2x80x93 darunter auch Russen und Oekrainerxe2x80x99. [37] De eerste xe2x80x98selbstxc3xa4ndige Konferenz der russischen Baptistenxe2x80x99 vond plaats in Novo-Vasilxe2x80x99jevka (Taurien), ook op initiatief van de mennoniet Johann Wieler. Mennonitische onderwerpen besproken. [38] Wilhelm Kahle: xe2x80x98Es steht ausser Zweifel, dass die Einflxc3xbcsse der Mennoniten-Brxc3xbcder auf die Entwicklung des ostslawischen Protestantismus bedeutsam gewesen sindxe2x80x99.
De inspanningen van MBG waren overigens volgens Reimer niet zozeer gericht op versterking van de eigen gelederen Het was ze om het even bij welke denominatie, Mennonieten Brxc3xbcder Gemeinden of Baptistische gemeenschappen, de bekeerlingen zich aansloten. [38] Door de theologische verwantschap , de samenwerking en de gelijke gemeentevormen was het niet eenvoudig de beide groepen van elkaar te onderscheiden. [39] Het is dan ook niet verwonderlijk dat na de WO-2 de restanten van de ontwortelde mennonietengemeenschappen zonder noemenswaardige problemen onderdak vonden bij de ECB.
Overeenkomst en verschil
Is er onderscheid tussen M en ECB? [39] De gang van de M door de historie is zozeer met die van de ECB verweven dat van een zelfstandige ontwikkelingsgang van een kleiner deel der M nauwelijks kan worden gesproken. [40] De gebroeders Wxc3xb6lk noemen drie punten van verschil tussen M en ECB: [1] weigering dienstplicht (pacifistische overtuiging) [2] weigering van de eed, en [3] opvattingen over de voetwassing. Reimer stelt dat de opvattingen over de eerste twee punten gedeeld werden met de ECB.
De gebeurtenissen tijdens de jaren twintig toen zowel de EC als de B onder druk van de communisten hun opvatting over de dienstplicht herzagen en opnieuw formuleerden, onderstrepen Reimers opvatting. [43] De opvatting over de dienstplicht c.q. de pacifistische grondhouding had aanvankelijk de status van dogma, maar werd uiteindelijk geformuleerd als persoonlijke gewetensbeslissing. Het grote compromis van de jaren twintig over de kwestie van de dienstplicht bracht veel onrust en een aantal gemeenten verliet de officixc3xable unies. [44] Let op de rol van de Wereldbaptistenbond: die speelde een wezenlijke rol in de militariseringxe2x80x99 van de EC en B. Zonder haar theologische support zou het compromis over de dienstplicht van de EC en B (tijdens de jaren twintig nog gescheiden bonden) ondenkbaar zijn.
Het is dus ten eerste duidelijk dat de ECB in het mennonitische spoor gingen en dat tijdens de jaren twintig verlieten. [45] Ten tweede moet geconcludeerd worden dat het antipacifisme (de vredesactiviteiten) van de AlUnieRaad der ECB (1944) door de overheid werd afgedwongen en het pacifisme dus tot hun oorspronkelijke theologie behoort. [47] In de loop van zeventig jaren is gebleken dat zowel ECB als mennonieten de dienstplicht en de eed hebben afgewezen. [47] De Iniciativniki (voortgekomen uit het schisma van 1961) omarmden het oorspronkelijke pacifisme weer en beschouwden het als een doctrine. Een dergelijk consequente houding kwam binnen de MBG na de Tweede Wereldoorlog nimmer voor. [48] xe2x80x98Die Initiativniki nahmen die Frage in der Praxis viel strikter, als die Mennoniten-Brxc3xbcder das tatenxe2x80x99.
Een treffend bewijs voor de opvattingen over de gemeente en de theologische verwantschap tussen ECB en MBG vormen de overeenkomsten tussen de confessies van de beide groepen [48]. De hedendaagse belijdenissen van de ECB orixc3xabnteren zich beide op de belijdenis van de MBG van 1902. De voetwassing vormt een wezenlijk onderscheid tussen ECB en MBG [49]. In de oorspronkelijke belijdenis van 1873 werd een artikel over de voetwassing opgenomen. Het artikel ontbreekt evenwel in de moderne confessies van de MBG in Rusland en de rest van de wereld. Tegenwoordig is de voetwassing in mennonietenkringen en de ECB weer in discussie.
Overleven en revitalisatie van het mennonitische gemeenteleven na WO-2
De historie der mennonieten is niet goed te begrijpen wanneer men de totale vernietiging van de sociale en etnische structuren tijdens de stalinistische terreur buiten beschouwing laat [53]. De mennonitische gemeenschappen hielden op te bestaan, predikers werden verbannen en de geloofwaardigheidstructuren vielen weg. [55] Na 1937 bestond er in de SU praktisch nergens meer een functionerende mennonitische gemeente. Hoe heeft het mennonitische gedachtegoed eigenlijk kunnen overleven?
De mennonitische religiositeit heeft zich weliswaar enigszins kunnen standhaven door de hechte familiestructuren [56], die verweven zijn met mennonitische religieuze waarden, maar de voornaamste oorzaak is volgens de sovjet-religiewatchers Jaxc5xa1in en Krestjaninov de rol van de vrouw als xe2x80x98Hxc3xbcterin der Religionxe2x80x99. Vrouwen in het bijzonder hadden de handen vrij in de religieuze opvoeding. Zij werden in talloze gevallen steunpilaren van het (nog resterende) gemeenteleven. [57] Begin jaren 70 was het aandeel van vrouwen zowel in de gemeenten van zowel ECB als MBG 70-80%. Exc3xa9n van de oorzaken moet worden gezocht in het gegeven dat talloze mannen door verbanning en gevangenschap gescheiden waren van hun gezinnen, of zij hadden hun geloof verloochend. [58] Toen na de Tweede Wereldoorlog weer enig gemeentelijk leven mogelijk werd, waren het de vrouwen die initiatieven ontplooiden. Vrouwen hebben zich doen kennen als xe2x80x98Gemeindehalterinnenxe2x80x99 en xe2x80x98Gemeindegrxc3xbcnderinnenxe2x80x99.
Vervolgens zijn mennonitische gemeenschappen etnisch-confessionele gemeenschappen een factor die het overleven hebben bevorderd [59]. Het instandhouden van de etnische eigenheid bevorderde de mennonitische spiritualiteit. Hoog Duits was de taal van het sacrale, plat Duits de taal van het profane leven. Deze beide factoren zijn afhankelijk van elkaar en wezenlijk voor het Mennonitische zelfbewustzijn. Ten derde mogen we het intrinsieke, hoewel latente godsgeloof, dat opvlamde wanneer nominale gelovigen weer door het geloofsgoed gexc3xafnspireerd werden niet vergeten [60]. De revivals tijdens eind jaren veertig, begin jaren vijftig onder mennonitische gemeenschappen zijn zowel te herleiden tot dit latente godsbesef alsook de godsdienstpolitieke omslag tijdens WO-2.
Mennonieten na de Tweede Wereldoorlog
Het uitbreken van de Duits-Russische oorlog vormt de start van de nagenoeg totale vernietiging van de Duitse dorpsgemeenschappen in de SU [60]. Toen de Duitsers invielen werden uit angst voor collaboratie totale dorpen gedeporteerd (op beschuldiging van actieve steun en fascistische propaganda). Onder het mom van dwangarbeid (opname in Trudarmija, Arbeitsarmee) werden ze op transport gezet naar Midden Azixc3xab, Siberixc3xab en het Hoge Noorden. Tot 1942 werden ongeveer 800.000 Duitsers gedeporteerd. 400.000 Duitsers waren daar al op min of meer vrijwillige basis. Zij leefden daar onder de zogenaamde xe2x80x98Spetskommendaturaxe2x80x99.
Toen de Duitsers zich in 1943 terugtrokken gingen veel Duitsers die nog niet gedeporteerd waren met hen mee richting het Westen. Vervolgens door de Russen weer ingehaald en alsnog gedeporteerd.
De verstoring van de sociale en etnische structuren van de Duitse gemeenschappen had ingrijpende gevolgen voor de Mennonieten [61, 62]. Allereerst had het wegvallen van de sociale structuren en het familieverband sterk negatieve gevolgen voor het religieuze leven. Tegelijk verbood de xe2x80x98Spetskommendaturaxe2x80x99 alle Duits-culturele activiteiten waardoor de Mennonieten zich gedwongen zagen zich bij ECB-gemeenten aan te sluiten. Door de stalinistische vervolging viel het resterende mennonitische leiderschap weg.
Integratie in de ECB
Toen het geloofsleven weer opbloeide ontstond een identiteitsprobleem en praktische omstandigheden dwongen de Mennonieten in de gemeenschappen van de ECB [62]. Reimer beschouwt de periode na de oorlog als een bijzondere. Russen evangeliseren ten eerste op hun beurt onder de Duitse gemeenschappen en riepen ook de mennonieten op tot geloof. Mennonieten vonden ten tweede ook een warm welkom bij de Russische ECB. [64] De relatie wordt ten derde gekleurd door het verbod op Duitstalige godsdienstoefeningen. Als gevolg hiervan sloten zich ook vele Mennonieten bij de ECB aan. Een vierde bijzonderheid in de betrekkingen tussen de M en de ECB lag in het gegeven dat de vele jonge tot geloof gekomen Mennonieten weinig uitgesproken Mennonitisch zelfbewustzijn hadden. [65] Tenslotte bevorderde het liefdevolle onthaal de integratie van de Mennonieten in de ECB-gemeenten.
xc3x9cberconfessionelle Phase
De periode na de oorlog wordt ook wel de xe2x80x98xc3xbcberconfessionelle Phasexe2x80x99 genoemd. De (relatieve) religieuze vrijheid werd als zo waardevol ervaren dat er nauwelijks op interconfessionele verschillen werd gelet. [66] De mogelijkheden tot kerkelijke samenkomsten van Duitsers waren door de Spetskommendantura zeer beperkt, veelal restte er slechts de mogelijkheid zich bij een geregistreerde ECB-gemeente aan te sluiten. [67] Vanaf 1958 hadden veel ECB-gemeenten Duitstalige afdelingen waarbij zich Mennonieten, Mennoniten-Brxc3xbcder en xe2x80x98nominellen Lutheranerxe2x80x99 aansloten. [71] De AlUnieRaad werd zo een verzamelreservoir van godsdienstige groeperingen Zij is zonder meer resultaat van politieke intriges en compromisbereidheid van AUR-leiders. [72] Het was volgens een athexc3xafstisch waarnemer noch een confessionele noch een kerkrechtelijke eenheid. De (informele) confessionele basis werd gevormd door:
- De door Oncken ontworpen xe2x80x98Bekenntnis der deutschen Baptistenxe2x80x99 uit het jaar 1948.
- De door J.J. Wiens in het Russisch vertaalde geloofsbelijdenis der MBG van 1902.
- De geloofsbelijdenis van Kargel, die de EC en B tijdens de jaren twintig aanvaardden, werd in 1966 officieel aanvaard.
Hoewel politiek tot eenheid gedwongen ontwikkelden de EC, de B, Pinksterchristenen en Mennonieten (via een moeizaam proces van xe2x80x98stxc3xa4ndigen Bemxc3xbchungen um Einheitxe2x80x99) een nieuwe confessionele basis [72, 73]. Desondanks heeft de AUR te kampen gehad met diverse afsplitsingen.
Verlies van identiteit
Officieel werden MBG in 1966 officieel bij de AUR gevoegd [73]. De facto waren de meeste gemeenten al geruime tijd bij ECB-gemeenten aangesloten. De initiators voor de aansluiting waren weliswaar mennonitisch, maar waren al lid van de ECB. [74] Er is wellicht dwang in het spel geweest. [76-78] De aansluiting bij de AUR heeft een gekunsteld karakter. Reimer maakt enkele opmerkingen:
- Het initiatief werd genomen door leiders die al lid van de ECB waren.
- Het motief zou het gebruik van de Duitse taal in de godsdienstoefeningen kunnen zijn. Mennonieten zagen in dat afzonderlijke pogingen weinig kans zouden hebben en zochten hun heil in een collectieve poging om onder de hoede van de AUR enige zelfstandigheid te verkrijgen.
- De aansluiting is dus niet zozeer confessioneel, maar meer door nationalistische motieven gekleurd.
- Zowel de MBG als de Kerkelijke Mennonieten werden door hun Westerse zusterkerken in hun streven gesteund.
I.I. Motorin zou gezegd hebben dat de bereikte eenheid in 1944 ten koste zou gaan van de innerlijke geestelijke vrijheid van de gemeenten [79]. Hetzelfde lijkt voor de Mennonieten te gelden. [80] Mennonieten hadden verwacht een Duitstalig gemeenteleven te kunnen opbouwen. De etnisch-confessionele structuren kwamen echter in de praktijk onder druk te staan door concurrentie tussen het Russisch en Duits. De mennonitische jeugd ging liever naar de Russische diensten en religieuze lectuur was veelal slechts in het Russisch voorhanden. [81] Uiteindelijk werd het tegendeel van de intentie tot aansluiting bij de AUR bereikt: Mennonieten verloren hun traditionele identiteit en verkregen langzaam maar zeker een nieuwe identiteit: de baptistische!
Kerkelijke Mennonieten mochten zich in 1964 bij de AUR aansluiten onder voorwaarde van overdoop [81, 82] De mennonitische gemeenschappen in het Westen zagen apathisch toe hoe de mennonitische identiteit verloren ging. [83] Westerse mennonieten verleenden weliswaar steun die door politieke motieven werden gevoed, maar zagen de lange termijn effecten over het hoofd en droegen zo bij aan de huidige identiteitscrisis.
Mennonieten en het baptistische schisma in de jaren 60
Reeds in 1948 verliet het grootste deel van de pinkstergemeenten de AUR. De redenen waren de theologische spanningen tussen ECB en de pinkstergemeenten en de evidente afhankelijkheid van de overheid. [87] De politieke achtergrond van het schisma ligt in de xe2x80x98periode Chrustschowxe2x80x99, toen meer dan de helft van de orthodoxe en ECB kerken werden gesloten. [88] De directe aanleiding voor het baptistische schisma vormden de publicatie van twee documenten: xe2x80x98Grundbestimmungen zur Lage des Bundes der Evangeliumschristen Baptisten in der UdSSRxe2x80x99 en de xe2x80x98Instruktionsbrief an die xc3xa4ltesten Presbyterxe2x80x99. Het centrale thema binnen de beweging van de IB vormde de heiliging. In een schrijven aan de gemeenten werden leiders en gemeenten opgeroepen zich te bezinnen en zich te heiligen. [89] De houding van de AUR was weerbarstig en compromisloos. Pas tijdens het AUR congres van 1963 werden de omstreden documenten teruggenomen, en in 1966 volgde een schuldbekentenis over de uitgave van de documenten. Het was toen te laat; het schisma was al een feit.
Tijdens het hoogtepunt van de beweging, eind jaren 60, telden de Iniciativniki volgens Sawatsky 155.000 leden [90] Dogmatisch was er geen verschil tussen AlUnieRaad ECB en Raad van Kerken ECB (de afgescheiden unie). [91] Het schisma had direct uitwerking op de verhouding tussen IB en de Mennonieten. Sawatsky noemt voor de Mennonieten in die periode drie opties:
- De oproep van de hervormers (IB) opvolgen.
- Zich te orixc3xabnteren op de AUR.
- Ongeveer eenderde van de Mennonieten ambieerde een eigen denominatie.
Verhouding tot de Initiatiefbaptisten
De MB die zich bij de IB aansloten waren in meerderheid al op de ECB georixc3xabnteerd en beschouwden de ECB als geestelijk thuis [92].Uitzondering vormden grote gemeenschappen in het gebied Omsk. Zij werden door de RvK als IB beschouwd, maar de leiders van de betreffende gemeenten zelf stelden zich onafhankelijk op. [93] De motieven van Mennonieten om zich bij de IB aan te sluiten waren niet theologisch van aard, maar gerelateerd aan de visie op de verhouding tot de staat en de innerlijke vrijheid van het gemeenteleven.
De autonome beweging
De derde optie was het vormen van een eigen denominatie [93]. Reeds tijdens de jaren 50 waren al pogingen in die richting ondernomen. Ook Kerkelijke Mennonieten streefden naar autonomie, want ze leden onder de restricties van de AUR waarbij zij aangesloten waren.
Toen de periode Chrustschow rond 1966 ten einde liep, verbeterde het religieuze klimaat en werd autonome registratie, los van de bestaande unies, mogelijk. Kerkelijke Mennonieten en Mennonieten Brxc3xbcder kregen in toenemende mate interesse voor deze oplossing.
In principe pasten de MB goed bij de IB [95], maar er was weerstand tegen de rigiditeit van de IB (militante houding tegenover de overheid en de AUR, xe2x80x98ein liebloses Richten mancher aufrichtiger Gotteskinder nur deswegen, weil sie zu den Gemeinden des AUR gehxc3xb6renxe2x80x99). ook stonden M. een xe2x80x98priesterliches Christentum in der Gemeinde, d.h. Laiengemeinde seinxe2x80x99. [96] In 1967 werd de MBG in Karaganda autonoom geregistreerd. Dit vormde de eerste steen voor de opbouw van een zelfstandige denominatie. Opvallend is dat zij de baptistische xe2x80x98Bundesgedankexe2x80x99 , die typerend is voor de ECB, hebben laten vallen.
Baptomennonitismus
Athexc3xafstische historici spreken sinds de jaren 70 van xe2x80x98Baptisten-Mennonieten gemeentenxe2x80x99 [99]. Dit nieuwe type gemeente zou een synthese zijn van baptistische en mennonitische gemeenteopvattingen. Veel informatie ontleent Reimer aan de boeken van Abraham Hamm.
Hamm ziet geen confessionele verschillen tussen MBG en ECB; maar de heikele kwestie vormt de registratie. [100] Reimer hield een enquxc3xaate onder gexc3xabmigreerde Ruslandduitsers. Hieruit bleek desgevraagd dat zij in de USSR bij een xe2x80x98Brxc3xbcdergemeindexe2x80x99 zouden hebben behoord. Bij doorvragen bleek het een ECB-gemeente te zijn. xe2x80x98Wir sind irgendwie beides, Brxc3xbcdergemeinde und Evangeliumschristen-Baptistenxe2x80x99.
Zijn er dan eigenlijk wel wezenlijke verschillen tussen MB en ECB? Een analyse wijst in de richting van gelijke opvattingen. [101] Slechts de kwestie van de pacifistische grondhouding zou het onderscheid uitmaken. De praxis wijst uit dat zowel ECB als de MB gelijke opvattingen hanteren en al dan niet de dienstplicht weigeren. [102] Klibanov wijst erop dat de M. nooit het principe van het pacifisme hebben verlaten. MB en IB hangen in deze dezelfde overtuiging aan. Ook binnen de AUR komt wel weigering van de dienstplicht en het afleggen van de eed voor. [103] Conclusie: de MBG en de ECB zijn zusterbewegingen die tezamen zware tijden hebben doorgemaakt en elkaar gevonden hebben. Dit maakt ze tot een nieuw type beweging: Baptomennonitismus. In deze beweging vinden ECB en MBG een gezamenlijke identiteit.
Herleving van mennonitisch zelfbewustzijn
Ondanks het baptomennonitismus ontwaakte sinds het begin van de jaren 70 een nieuw mennonitisch zelfbewustzijn [107]. Dit kwam tot uiting in de autonome beweging, waarbij zich xe2x80x98einer Reihexe2x80x99 van gemeenten aansloten, die zich dan niet tot een bestaande ECB unie aansloten. Drie motieven kunnen onderscheiden worden:
- Nationalistische motieven. [107] KM en MBG zijn door de tijd heen xe2x80x98deutschsprachige Gemeindebewegungxe2x80x99 gebleven. [108] Het ontstaan van autonome mennonietengemeenschappen ontsproot aan de wens Duitstalige godsdienstoefeningen te beleggen. Toen in 1960 Duitse elementen in de diensten verboden werden, verlieten veel Mennonieten de ECB. Toen ze enkele jaren later weer uitgenodigd werden tot de ECB toe te treden, was dat alleen maar mogelijk door Duitstalige diensten toe te staan. [109] De MBG in Karaganda nam zelfs de Duitse taal op in de GB en noemde zich xe2x80x98Deutsche MBGxe2x80x99. [109] Het toetreden tot de AURECB geschiedde uit Duitsnationale overwegingen. Toen de jeugd zich orixc3xabnteerde op het Russisch verloor het Duits haar sacraal karakter en wankelde de etnisch-confessionele gemeenschap.
- Kerkpolitieke motieven. [110] Mennonieten wezen de hixc3xabrarchische structuur van de baptistenunies af. Staatsinvloed achtten zij uit den boze. Ook de Raad van Kerken der ECB, die volgens Reimer de rol van de het controleorgaan van de staat kopieerde, wezen zij consequent van de hand. Zij zagen te weinig ruimte voor een zelfstandig functioneren van de plaatselijke gemeenten.
- Evangelisatiebereidheid. [111] Voor veel Mennonieten bood de structuur van de ECB onvoldoende ruimte voor evangelisatieactiviteiten. Vanaf de zestiger jaren werden volgens de athexc3xafstische auteur Ipatov in de gelederen van de Mennonieten missionaire structuren opgebouwd. [113] Ook hielden zij zich intensief bezig met bijbelvertaalwerk waartoe zij in het geheim een netwerk van bijbelvertalers opbouwden. Er is tot nu toe weinig hierover bekend geworden. [113] Het ontstaan van de Mennonitische xe2x80x98Missionsbewegungxe2x80x99 baarde zowel de AUR als de RvKECB zorgen en werd door beide unies tegengewerkt. De AUR vreesde voor een reactie van de staat, de xe2x80x98radikal hierarchisch organisiertexe2x80x99 RvK stond sterk gereserveerd ten aanzien van ongecontroleerde zendingsactiviteiten van Mennonieten. Mennonieten bouwden een uitgebreid niet-officieel netwerk van evangelisten dwars door de verbanden van de bestaande unies op. [114] De sterke nadruk op missionaire activiteiten en de orixc3xabntatie op autonomie van de gemeenten bewerkte een bezinning op de eigen identiteit.